dinsdag 31 mei 2011

Voor hen, die ondergaan

Over Ondergaan

Voor hen, die iedere keer weer durven onder te gaan. Die wieren kammen, die vissen proeven, die rusteloos ruiken aan de bodem van de rivieren

Voor hen, die kunnen kijken onder het water, wiens ogen blauw worden bij het zien van hun zielezusters
Zij, die samen komen in groepen om te huilem en te jammeren in de zoete regen
daar dansen zij op tafels met de wilde dieren en wachten zij op hun metgezellen

Voor hen, die op het eerste gezicht te wild, te anders, te raar of te eigen zinnig lijken

Zij, die de oude botten des levens verzamelen, want alles wat gevallen is, heeft waarde. Die de botten des levens bij zich dragen en koesteren, zoeken en liefhebben. Verstoppen en nooit, nooit meer vergeten. Die ze meenemen naar hun geheime plekken en daar vrienden worden met de botte dieren

Ieder kent hen, want dit zijn de reizigers. Zij kennen de kastelen in de woestijnen en de hutten op de heide. Zij kennen het geheim van de giftige planten en de behaarde bomen. Zij beminnen iedere stap die zij zetten en graven hun eigen territorium op uit het wrange zand van de aarde

Voor hen, die niet bang zijn voor andermans geluk of schoonheid

Maar ook, voor hen, die bovenkomen. Met gezworven gezichten, gejutte hoeden en ontstoken handen. Zij die elkaar beminnen en in stilte langs de kusten zwerven
die hun koppen boven het water uit steken en brullen naar de sterren

Zegen, hun wilde trekken, hun anders zijn, hun raarheid en hun eigen zinnigheid

Zegen haar eenzaamheid, haar liefde, haar onbezonnenheid

Moge zij dat altijd weten, Moge zij zich altijd herrineren dat wat zij dan ook op de aarde gebracht, gezworven of gevonden hebben, dit van grote waarde is, zal zijn, altijd zal blijven

Want, Zij ondergaan, Altijd

Liz April Wijma, rivierenvrouw

expo




afscheid


Ik voel dat rivierenvrouw iedere dag verder weg zwemt, tot ze op een gegeven moment niet meer terug komt. Ze heeft waarschijnlijk haar roep gehoord, en is die aan het volgen. Of ze heeft een thuis, een plek, ver onder de diepte waar zij alleen en veilig een tijd wil blijven. Ik wil haar vragen, tijdens de expositie nog eenmaal haar terrotorium af te bakenen, in de galerie aan de brouwershof. Nog een maal met haar handen de bijeen gezworven stenen en botten te ordenen. De vissen op te graven, en op te hangen aan de spijlen van het hemelbed.
Dagelijks, loop ik naar de rivier, en zucht daar zachtjes in haar bloedvaten. Ik fluister naar de lichte trillingen en als het warm is, en ik zin heb laat ik me zo maar in de rivier vallen, met kleren en al. Ik zwem een ronde door het water, ga af en toe onder het water om de vissen te begroeten, om vervolgens weer boven te komen en op de kant te klimmen.
Steeds verder weg, is zij. Ze neemt al afscheid van me. Ik weet dat ze voor altijd bij mij blijft, maar mijn blauwe hart begint langzamer te kloppen.


Het was de symbolische dans van de beer en de kat. De beer en de kat worden geen vrienden of geliefden. Ze graven in de grond naar elkaar. Ze zijn bezeten door een bloedende ratelslang. Weet je het nog? Ik heb je eerder over hem verteld. Hij is als koude grond in mijn mond. De kat en de beer hebben een verhouding in de onderwereld. Daar dansen zij in bedorven luchten en in glittergrotten. Maar niet hier. Niet in dit leven. Dus alsjeblieft neem hem weer mee.




Want IK wilde een wilde leeftocht. Ik wilde alleen mee op de vleugels van de adelaar....

Volgers

Liz April. Mogelijk gemaakt door Blogger.