woensdag 30 maart 2011

     Over de botten van het leven
Over het verhaal van Jouke en Liz
Over Groningen
Over loslaten   
Over beervrouw
Over de huilende oude katten
Over amber, vlindervrouw
Over de aardesmoeder
Over ayurvedisch eten
Over Ruig, het zwarte paard in het witte zand
Over vissemeisjes, zeemansdames, wolfsvrouwen en heldinnen
Over groentes en extase
Over wilde ganzenvrouw en depressief zijn
Over je financiele siuatie
Over lust
Over je gedrag in de helse club
Over bovenkomen
Over rivierenvrouw
Over het afscheid met je wortelkinderen
Over de stad van het wonder
Over wilde tuinen
Over de altaartjeskunstenaar
Over simpelheid en complexheid
Over liefdesvriendinnen

maandag 28 maart 2011

Over ondergaan


De weg naar mijn puurheid. Naar het natuurbestaan. Die is ondraaglijk.
Je longen volgerookt en je organen lamgeslagen. Al je vriendinnen gezien, alles gegeven. Je hebt de mannen je laten aaien en kroelen. Je hebt geschreeuwt, gepraat, gerend en jezelf kapot gedanst. Je lichaam trilt van geluid. Hese stem, verschrompelde handen. Je huid is kapot geaaid. Je hebt ontstoken lippen en paarse ogen. No matter of what. Het was geweldig. Je was wederom de prinses van de nacht. Met tegenzin kroop je tegen achten de stad uit. Drie prinsen, heb je achter je aan en je dolle prinsessen van vriendinnen. Ze lagen op je rug en hingen aan je haren.. je schudde zachtjes je vacht uit, want je wist dat het tijd was. Je richtte je op, en je ontdeed je van je prinsen en prinsessen. Met pijn in je hart. Je hebt het op een rennen gezet en je sprongen werden steeds groter en groter. De stenen werden grassen en toen moerassen. Achter je huilden de prinsen en prinsessen en het deed pijn ze achter te laten. Maar je wist dat ze erover heen zouden komen. 
Toen je bij de moerassen kwam, ging je tippelen. Het leek alsof je bang was van het water. Het voelde vervreemd aan, zelfs toen je je hakken uitdeed. Het water leek je huid op te vreten. Je liep door. Je waadde door het moeras, wat steeds dieper werd. De planten onder het water trokken aan je kleren. Je kwam bijna niet meer vooruit, je hijgde en je huid was blauw gekleurd van inspanning. Je trok al je kleren uit, en het moeras werd steeds dieper. Er waren minder planten. Het werd even kouder, toen warmer. Het water sloop als een zachte deken om je blote huid. Het kietelde soms, fijn. Op een gegeven moment was het te diep om nog te staan, dus daar ging je. Je hield je adem even in, nam een duik en in in een boog liet je je hoofd in het blauwe water zaken. Je haren reageerden op het water. Ze dansten met haar. Je kwam even niet vooruit, stikte bijna. Je nam een moment mezelf te herstellen en begon toen naar beneden te zwemmen. De stroming was sterk en er werd aan je haren getrokken. Je zette door. Met krachtige armslagen duwde je het blauwe water opzij. Ze schoof langs je heen, het ging steeds gemakkelijker. Vissen zwommen om je heen. Ze zoenden je op je blote huid, en lieten na een tijdje pas weer los. Je zwom dieper en dieper. Je adem werd krachtiger en zuiverder. Je huid werd rauw, maar zacht. Jouw ogen werden weer groen. De vissen cirkelden om je heen. Je kwam bij blauwer water, water wat zo helder was, dat je het kleine huis al kon zien. Je lichaam raakte totaal ontspannen en je liet al je verlangens naar dingen die er niet zijn los. Je eet de wieren en drinkt het water. Je huilde en nestelde je tussen de akkers bij je huis.
Ik heb het zwaar gehad. Deze weg is het zwaarste wat ik ooit betreden heb. Maar ik ben er weer. Thuis.

donderdag 24 maart 2011

In de maand april zal ik het project doen. Ik zal ze uitnodigen, mijn muze's Ik zal ze met hun neus op mijn leven drukken. Ik zal een hart maken van doorzichtig papier. Ik zal hen midden in de nacht meenemen naar mijn rivier van lippenstift. Ik zal een hemelbed bouwen en een tafel met een stoel. Ik zal alle planten die ik ken in potten op sterk water zetten, ik zal de blauwe cape van de vacht van de blauwe beer smeden. Ik zal de tipie aan de oever aan de overkant neerzetten en er mijn nachten slijten. Ik zal de jager vragen of ik zijn land mag bekleden met ideeen en de haren van rivierenvrouw openbaren.  

Rivierenvrouw heeft zich in mij ontwikkeld en Haar ziel aan mij openbaard. Ik ben bevriend met Haar geraakt en ik ben Haar gevolgd. Ik zal Haar roep altijd horen en ik zal daarheen gaan, waar Zij mij heenzend.. Want ik hou van Haar

zondag 20 maart 2011




In de rivier woont een wilde vrouw
Ze heeft een blauwe fiets en draagt botten met de zee er in.
 Ze komt boven met mist, schemer of als de zon pas op is. 
Haar wenkbrauwen kleuren blauw en ze kan zien onder het water
De wilde dieren die zijn met haar...
De witte tijgers, de rode kater, de mieren, de raaf, de vissen, de zeehond, het hert en de vos.
                                               

maandag 14 maart 2011

Over rivierenvrouw


Een vrouw die woont tussen de rivieren in. 
Ze heeft een blauwe fiets en meestal zwemt ze, tussen de grote rivieren. Ze is compleet in het diepe gesprongen toen ze hier aankwam. De mensen die in rivierenland wonen zie je nooit. Zij zitten verscholen in de koraal blauwe huizen op dun dijken. 
Rivierenvrouw. Werd ze al snel genoemd, want ze trotseerde alle seizoenen. Ze fietste met regen, sneeuw, ijzel, harde wind, zon en kou door de akkers en de landen van het land tussen de rivieren. 
Als zij naar de stad ging leek het net alsof ze boven kwam vanuit een onderaards paradijs. Alsof zij uit de diepe diepte van rivierenland was gefietst. Haar haren nog blauw en het zeewier op haar fiets. Eenmaal in de stad ruilde ze haar zeehondenhuid door lippenstift en sleehakken. Na deze wilde weekenden ging ze terug naar de onderaardse echte wildernis. Ze trok haar vacht aan en daar ging ze! 
Ze zwerft, ze jaagt, ze huilt, ze zwemt, ze verzameld, ze bouwt en ze vaart. 
  'Veel plezier met rivierenvrouw!'



dinsdag 8 maart 2011

klerenobsessie

extravagant
uitbundig
egoistisch
sjiek
sjabbi
baldadig
klassiek
vrouwelijk
oertijd
natuur
dieren

maandag 7 maart 2011


We leefden op zonlicht en vruchtenhartjes.
Hij was kalm en lief, maar een avonturier. Avonturiers kunnen onstuimig zijn. Zij was druk en naïf.  Ze was zo fel dat ze ontembaar leek. Ze dronken wijn in de vensterbank. Ze rookten en leefden hun leven. Samen woonden zij in het huis van het einde. Nog even en dan ging het tegen de grond. Het huis had kieren en gaten, lekte door zijn bloedvaten en beefte en trilde bij het kleinste zuchtje wind. Hij en zij waren een met het huis. Ze schilderden op de muren, vreeen in het atelier. Ze voelden zich intens verbonden met het huis der einde en aaiden haar muren van binnen en van buiten. Ze huilden bij het idee van de ondergang van het huis. Ze stonden midden in de nacht op, om te dansen in kroegen, haalden kattekwaad uit en leefden het bijdehante nachtleven. Uiteindelijk vielen ze samen in slaap in de kamer met de grote ramen,
Ze werden wakker van het zonlicht en wisten iedere dag weer precies wat hen te doen stond. De liefde voor elkaar en het huis groeide en groeide en ze kropen door het leven als twee witte tijgers.
Maar samen met het verlaten van het huis der einde, hebben we ook de stad verlaten en de witte tijgers. We zullen het huis opnieuw moeten bouwen om hen terug te vinden. Dat kost tijd en energie en we zullen moeten vechten. we zullen zelf de wonden moeten betalen.


Het was de symbolische dans van de beer en de kat. De beer en de kat worden geen vrienden of geliefden. Ze graven in de grond naar elkaar. Ze zijn bezeten door een bloedende ratelslang. Weet je het nog? Ik heb je eerder over hem verteld. Hij is als koude grond in mijn mond. De kat en de beer hebben een verhouding in de onderwereld. Daar dansen zij in bedorven luchten en in glittergrotten. Maar niet hier. Niet in dit leven. Dus alsjeblieft neem hem weer mee.




Want IK wilde een wilde leeftocht. Ik wilde alleen mee op de vleugels van de adelaar....

Volgers

Liz April. Mogelijk gemaakt door Blogger.